Leonard en Jeroen van Wawazda:
“WE MAKEN VAN NIKS HEEL VEEL BOMBARIE”
Wie zin heeft kan op de Parade in Rotterdam een hilarisch gokje wagen bij Wawazda. Kermisquizmaster Leonard verwelkomt kandidaten, waarna zijn kompaan Jeroen van een verlichte bouwsteiger mysterieuze voorwerpen door een groene stortkoker gooit en roept: “Wawazda?”. Simpel volksvermaak. Of steekt er meer achter?
Hoe is Wawazda ontstaan?
Leonard: “We zijn begonnen met korte films. Dit soort
dingen zijn we er eigenlijk bij gaan doen.”
Jeroen: “Wawazda is een aantal jaar geleden
ontstaan op de Tilburgse kunstmanifestatie Kunst, Kitsch, Camp
& Kermis. We werden toen gevraagd iets te verzinnen. Dan gaat
het over en weer tussen ons. Op een gegeven moment valt het allemaal
samen en heb je één idee.”
Leonard: “Een korte lachsalvo en je weet dat het een goed idee
is.”
De kandidaten komen lachend uit Wawazda. Wat is het geheim?
Leonard: “Het moet niet te moeilijk zijn. Het lijkt vrij simpel, maar het moet wel kloppen.”
Is het concept ‘Leonard en Jeroen’ louter simpel vermaak?
Leonard (lachend): “Nee, we zijn blóedserieus!”
Jeroen: “Er is wel een verschil tussen wat wij live doen en wat
we met film doen, hoor. Wawazda is echt een
attractie.”
Leonard: “Dit is wat platter.”
Jeroen: “Onze films gaan iets dieper. Alhoewel; met
Wawazda nemen we het kermisgedoe niet alleen maar op de hak,
het is ook een fascinatie. Al die geluiden en lichten...”
Leonard: “We zijn gefascineerd door het
entertainmenteffect.”
Jeroen: “Van niks heel veel bombarie maken. Maar wel op zo’n
manier dat mensen er iets aan hebben.”
Geldt dat ook voor jullie filmprojecten?
Jeroen: “We kijken heel goed naar situaties op straat en
zoeken de diepgang in de oppervlakte. Er kan een hele wereld achter
simpele ideeën en situaties liggen.”
Leonard: “Daar kun je soms een beetje blind voor zijn. Wij
proberen dat uit te lichten.”
Jeroen: “In heel simpele, alledaagse dingen zit vaak veel ellende.
Routine kan mensen soms wat schraal maken. Dat is een belangrijk thema
in de dingen die wij maken.”
Maar met Wawazda brengen jullie vooral vrolijkheid?
Leonard: “Wawazda is meer volksvermaak. Mensen geven geld uit en zeggen: ‘vermaak ons maar eens even!’ Bij onze films moet je meer en langer kijken. Het is minder lomp.”
De te winnen prijzen zijn inderdaad wat lomp: oranje lichtgevende riemen, kitschbeeldjes en goedkope shampoo van het merk Saskia...
Leonard: “Daar kijken we wel goed naar. Het moet wel binnen
Wawazda passen.”
Jeroen: “Net een beetje kut.”
Leonard: “Maar toch... als je dat zo ziet staan krijg je er toch
een integer gevoel bij. Het heeft een bepaalde schoonheid.”
Jeroen: “Er staan wel mooie dingen bij, hoor. Als je maar
héél goed kijkt.”
www.leonardenjeroen.nl
Alleen in Rotterdam van 11 t/m 21 juni
Copyright © CJP.nl / de Volkskrant / Mark Sluymers, 19-06-2009
Dovenparade
MARJO DANST ZONDER MUZIEK
De organisatie van de Parade wil dat ook de lichamelijk uitgedaagde medemens volledig uit zijn dak gaat. Het festival zet daarom bijvoorbeeld ieder weekend tolken in die via gebarentaal overbrengen wat er op het podium gebeurt. Paradeverslaggever Mark ging eens kijken of het werkte.
Op het eerste gezicht een normaal scenario op een van de podia tijdens de Rotterdamse Parade: zanger Steye slooft zich uit en het toegestroomde publiek danst er vrolijk op los. Ook Marjo van den Berg (20) danst op de maat mee. Maar haar ogen zijn vooral gericht op de sierlijke gebaren van Rosemary Erkens. Marjo is namelijk doof.
Ze kan de funky muziek niet verstaan, maar met behulp van doventolk Rosemary kan ze het optreden wel goed volgen. “Leuke liedjes!” lacht ze. “Veel verschillende intonaties en ritmes.” Ze zit niet eens zo ver naast de waarheid. Door ook op de trillingen van de bas te bewegen, kan Marjo perfect meeswingen. “Ik kijk ook naar andere mensen, je leert door te kijken.”
Voor Marjo is het de eerste keer op theaterfestival de Parade. Omdat er nu een Dovenparade is, snapt ze echt waar de voorstellingen over gaan. “Ik vind het heel belangrijk dat dove mensen dit ook kunnen volgen. Ik kan me nu een beetje meer inleven. Anders is er niks aan. Vroeger werd er nog niet zoveel getolkt bij optredens en voorstellingen. Nu begrijp ik tenminste waarom mensen op een bepaalde manier dansen.”
De tolk is dus erg belangrijk voor Marjo. Maar je zou je kunnen afvragen of ze zanger Steye dan wel écht nodig heeft voor een leuk avondje uit. “Jazeker wel! Rosemary is natuurlijk niet zélf de muziek”, legt Marjo uit. “Het gaat erom dat ik wil weten wat er mooi aan die band is. Dan kan ik er met horende mensen over meepraten.”
Om die betekenis goed over te brengen heeft Rosemary een cursus Visuele Muziek voor Gebarentaalgebruikers gevolgd. Die cursus is nodig, want naast goed kunnen tolken moet ze ook de muziek kunnen uiten in haar houding en mimiek. Behalve leuk dansen is het vooral belangrijk dat ze dove mensen laat zien hoe muziek wordt ervaren. Rosemary en haar collega Esther de Veer zijn hier keien in, volgens Marjo.
Esther tolkt Natalee, the musical tijdens de Dovenparade, een drukke productie van PIPS:Lab in samenwerking met studenten van Codarts Muziektheateracademie. In deze voorstelling worden de tolken zelf nadrukkelijk bij het spel betrokken. Voelt Esther zichzelf een performer? “O ja, wij zijn net zo zenuwachtig als de acteurs. Er gaat veel voorbereiding aan vooraf.”
Net als Marjo vindt Esther het belangrijk dat de Dovenparade er is. “Misschien lok je er niet heel veel dove mensen mee, maar zelfs voor horenden is het goed om eens te zien hoe het allemaal werkt”, legt ze uit. Marjo: “Dove mensen zijn niet dom, er is alleen een vertaling nodig.“
Doven kunnen inderdaad makkelijk meedraaien, dat blijkt wel. Maar dat de maatschappij er nog niet zo op berekend is, wordt tijdens het optreden van Steye duidelijk. De dove Rama van der Garde wordt door de band gekozen als beste danser van de avond. Zijn prijs? Het album van Steye...
Elke vrijdag- en zaterdagavond en zondagmiddag zijn er
tolken Nederlandse gebarentaal op de Parade. Op het programma staat met
icoontjes aangegeven welke voorstellingen vertaald worden.
www.deparade.nl
Copyright © CJP.nl / de Volkskrant / Mark Sluymers, 26-06-2009